___Ik wil
dat mensen denken: als die gast het kan, dan kan ik het ook___

Met Boldking scheermesjes neemt Rochdi Darrazi het op tegen Gillette, dat al 115 jaar mondiaal marktleider is. Portret van een selfmade man. ‘Als iedereen zegt dat iets onmogelijk is, wil ik het juist doen.’

___Ik wil
dat mensen denken: als die gast het kan, dan kan ik het ook___

Met Boldking scheermesjes neemt Rochdi Darrazi het op tegen Gillette, dat al 115 jaar mondiaal marktleider is. Portret van een selfmade man. ‘Als iedereen zegt dat iets onmogelijk is, wil ik het juist doen.’

1. LEARN
__Geld? Dat is een middel. Hoe meer geld je hebt des te meer impact je kunt maken__

Hij geeft toe, het is een bold plan. Maar dat weerhoudt ondernemer Rochdi Darrazi er niet van de concurrentie aan te gaan met scheermesjesfabrikant Gillette. Het begin is er: Boldking telt sinds de oprichting in 2012 al 375.000 gebruikers in 11 Europese landen. Daar houdt het niet op voor de Amsterdammer, die zich al eerder liet uitdagen door ogenschijnlijk onhaalbare doelen. Die bewijsdrang tekent zijn leven als leerling, als adviseur en dus ook als ondernemer. Voor Rochdi Darrazi is het leven een drieakter, die bestaat uit de handelingen Learn, Earn en Return.


1980

‘Mijn ouderlijk huis stond in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam. We waren niet welgesteld. Mijn ouders kwamen uit Marokko, midden jaren zeventig, en ik heb drie jongere broers. Mijn vader had een baan als migrantenconsulent, maar runde ook enige tijd een kapperszaak in de stad.

Ik hielp hem dus al jong mee en leerde zo ondernemen en geld verdienen.’ ‘Ik kon goed leren, schakelde makkelijk tussen Marokkaans-Arabisch en Nederlands. In mijn jongste herinneringen wilde ik andere mensen helpen. Vooral mensen die minder goed mee kwamen. Ging er bij een van onze buren een koelkast kapot, dan hadden ze niet het geld om die zomaar te vervangen. Ik wilde daar al jong iets aan doen.’


‘Ik was drie jaar oud, toen ik erg ziek werd. Hersenvliesontsteking. Zes weken in het ziekenhuis. Elke dag kwam een zuster mij prikken, voor bloedonderzoek. Verschrikkelijk is dat. Ben je wel eens geprikt in je duim? Een arts vroeg mij: wat wil je later worden? Ik zei: dokter. Dan kan ik iedereen terug prikken – haha! Dat was natuurlijk niet de enige reden. Ik wilde ook mensen helpen. Vanaf dat moment zat dat in mijn hoofd: ik word arts.’

1992

‘Het Sint Nicolaas Lyceum in Amsterdam-Zuid. Dat leek mijn vader wel een goede middelbare school. De rector stond er in pak voor de deur. Ik was daar een van de eerste Marokkaans-Nederlandse scholieren. En voor het eerst merkte ik dat ik niet gelijk meekwam. De eerste onvoldoende van mijn leven kreeg ik in de eerste klas, voor Nederlands. Mijn docent, meneer De Vries, zei me: “Misschien pas jij beter op de havo.” Huilend kwam ik thuis. Zo ziek was ik van die opmerking, dat ik ongelooflijk hard ben gaan studeren. Zo hard, dat ik aan einde van dat jaar tien negens en vier achten had – voor Nederlands had ik ook een negen.’


1997

‘In de zesde klas was meneer De Vries opnieuw mijn docent Nederlands. Toen ik in mijn laatste jaar een mondeling tentamen bij hem had, kwam hij terug op zijn eerdere opmerking over de havo: “Het was mij een eer en genoegen om jouw docent Nederlands te zijn geweest. Jij bent het gymnasium méér dan waard.” Ik glunderde van trots.’

1998

‘Ik wilde nog steeds arts worden en was al ingeloot voor de studie geneeskunde. Toen vroeg meneer Blaas, mijn docent economie: “Waarom ga jij eigenlijk geneeskunde studeren? Kun je niet beter iets doen met je talent voor wiskunde en economie?” En hij schreef me in voor een masterclass econometrie aan de Universiteit van Amsterdam. Een sneak peak van twee volle dagen. Ik kwam binnen in de collegezaal. Daar stond een hoogleraar. Die begon te praten over het actuariaat.

Twee dingen schreef hij op zijn bord:

• Actuarissen zijn de best verdienende mensen in de Verenigde Staten

• Slechts tien procent van de studenten econometrie haalt de eindstreep van deze opleiding.

‘Daar stond het. Ik las erin: de kans is klein dat ik deze studie afrond. Maar lukt me dat toch, dan heb ik ook de middelen om anderen te kunnen helpen. Meer motivatie had ik niet nodig. Ik was om. Ik gaf mijn loting geneeskunde op en schreef mij direct in voor econometrie.’

2. EARN
__Ik zie een uitdaging als een wiskundig dilemma. Ik trek me terug en bedenk een plan__

1993

‘Ondernemen deed ik al jong. Op mijn twaalfde had ik mijn eerste baantje in de kapperszaak van mijn vader. Haar opvegen. Handdoeken naar de wasserette brengen. De medewerkers uitbetalen aan het eind van de week. Baantjes heb ik daarna altijd gehad. Ik maakte schoon in het VU medisch centrum. Ook reinigde ik vliegtuigen op Schiphol. En al heel jong handelde ik, kocht ik spullen in en verkocht ze door. B-keuze spijkerbroeken bijvoorbeeld, op de markten van het Gooi. Geld had ik altijd.’


1996

‘Als puber vond ik dj’s supercool. Ik draaide zelf ook graag, geïnspireerd door Gideon, een vriend van me, die goed verdiende met draaien op feestjes. Zelf kwam ik daar niet tussen, ik werd niet gevraagd. Toen bedacht ik: als ik nou zelf feestjes organiseer en daar andere dj’s voor uitnodig, dan nodigen ze mij ook als dj op hún feestjes uit. Zo organiseerde ik feestjes van Weesp tot Bussum.

Per keer leverde dat een paar duizend gulden op. We draaiden niet alleen, we maakten ook promotiemateriaal, regelden de installaties, verzorgden de locatie – alles deden we zelf. Dat evenementenbedrijfje had ik nog steeds, toen ik 21 jaar oud was.’


2002

‘Tegen die tijd verdiende ik tienduizenden euro’s met evenementen. Projecten from scratch opbouwen, mensen bij elkaar brengen, hosselen, duwen, trekken – ik vind het fantastisch! We bedachten serieuze events met een compleet programma van eten en drinken, comedy, muziek en dance. Eric-E, 100% ISIS, Roué Verveer en Najib Amhali – ik haalde ze allemaal. Dat heeft mijn studie niet in de weg gezeten. Een wild studentenleven had ik niet.’

‘Ons evenementenbureau werkte samen met een advocaat die onze contracten opmaakte. Toen ik eens met hem lunchte, kwamen we te spreken over consultancy. Zijn vrouw werkte bij McKinsey. “Niets voor jou?”, zei hij. “Ze nemen alleen mensen aan die summa cum laude afgestudeerd zijn.” Meteen was mijn interesse gewekt. Ik regelde een gesprek bij een studenten-recruiter en vroeg of die mij kon voordragen bij concurrenten van McKinsey: Boston Consulting Group en Bain & Company. Zo had ik een paar gesprekken waarmee ik kon oefenen voor mijn eerste serieuze sollicitatiegesprek bij McKinsey. Dat was mijn game plan.’


2004

‘De opzet slaagde. Ik was 23 jaar oud toen ik werd aangenomen. Consultant, dat betekent bij CEO’s over de vloer komen, reizen, slapen in vijfsterrenhotels. Ik kwam uit West maar had een leaseauto, een goed inkomen, at in toprestaurants en droeg dure pakken. Toen ik voor mijn eerste vliegreis instapte, zag ik het busje van het schoonmaakbedrijf waar ik voor gewerkt had. Zo was de cirkel rond.’


‘De druk was groot. Als je bij McKinsey niet presteert, vlieg je eruit. En mijn collega’s waren ontzettend getalenteerd – met beangstigend spectaculaire achtergronden, opleidingen en cv’s. Zo zat ik in een groep met iemand die in Oxford had gestudeerd én een Olympische medaille had gehaald. Die omgeving deed iets met mijn zelfvertrouwen. Ik was een insecure overachiever en deed mijn uiterste best. Op een dag, tijdens een brainstorm over een zakelijk strategisch probleem, overviel me de gedachte: “Als ik de oplossing niet weet, dan is de kans groot dat anderen het ook niet weten.” Dat inzicht was een opluchting en gaf mij een enorm gevoel van vrijheid.’

‘Als ik de oplossing niet heb, dan vertrouw ik erop dat ik die oplossing wel zal vinden. Het stemmetje van twijfel – wat nou als het niet lukt? – gaat nooit weg. Ik heb moeten leren om mijn angst om te falen te accepteren.’


2008

‘In diezelfde tijd verloor ik mijn hoofdhaar. Kalend werd echt kaal. Ik besloot mijn hoofd glad te scheren. Dat lukte niet goed met de toen bestaande mesjes – de botstructuur van mijn hoofd is onregelmatig, dus ik sneed mezelf. En mijn mesjes liepen vol stoppels, want hoofdhaar is harder dan baardhaar. En dan moest ik die ellendige dingen nog aan de toonbank kopen ook.’


‘Toen in datzelfde jaar Gillette door Procter & Gamble werd overgenomen, werd ik wakker. De transactieprijs was 58 miljard dollar – een exorbitante waardering. Ik begon gelijk te rekenen: wat is de omzet, hoe hoog is de marge? Ik zag als ondernemer kansen. Gillette is wereldmarktleider, met 67 procent van de markt.

Overklast concurrent Wilkinson en nog twee private labels. Samen verdelen die vier spelers 80 procent van de verkoop in een markt die goed is voor 15 miljard dollar. Daar moet toch ruimte zijn voor een nieuwe aanbieder? Een online aanbieder? Ik besloot er een case van te maken voor de nieuwe lichting consultants in mijn team.’

‘Zo is Boldking ontstaan. Als een plan om de hegemonie van Gillette te doorbreken. Een bold plan, zei mijn vrouw Asmaa. En wist je dat Gillette is opgericht door een man die King Gillette heette? We maken onze mesjes om de klant – die koning is – mee te dienen. Welk type huid of haar hij of zij ook heeft. Dat schreef ik in een ondernemingsplan van vijf kantjes. Daarmee haalde ik in vier weken tijd een paar ton op. En ik kende iemand die in de productie van scheermesjes zat. Boldking kon van start.’


2010

‘Ik nam ontslag bij McKinsey. En toen kwam ik mezelf tegen. De twijfel sloeg toe. Als iemand me op een feestje vroeg wat ik deed, hoorde ik mezelf zeggen: “Ik ben ondernemer, máár ik heb acht jaar bij McKinsey gewerkt.” Alsof ik me verontschuldigde voor mijn keuze. Een deel van mijn identiteit en mijn status was vergroeid geraakt met McKinsey. Onzekerheid, dat was het. Het kostte me een jaar voor ik oprecht kon zeggen: “Ik ben ondernemer. Punt uit.”’


‘Nu ben ik de enige onafhankelijke producent van scheermesjes met een eigen technologie. Wij hebben een patent op onze mesjes. Produceren alleen voor de consument. En die weet ons te vinden.’

3. RETURN
__Ik kan goed zaken optuigen, initiatieven starten. En ik wil iets terugdoen. Als trainer, coach of voor de klas__

2007

‘Marokkaanse kinderen scoren op alle lijstjes minder goed dan autochtone Nederlanders. Zo wordt tachtig procent van de Marokkaans-Nederlandse jongens op vmbo getest. Onder autochtone Nederlandse jongens is dat 50 procent. Als je ervan uitgaat dat intelligentie van nature gelijk is verdeeld, dan moet daar iets aan te doen zijn. Er zijn genoeg talentvolle voorbeelden: Achmed Aboutaleb, Najib Amhali, René Dahan, noem maar op. Met drie Marokkaans-Nederlandse vrienden – een advocaat, een partner bij McKinsey en een woordvoerder op een ministerie – creëerden we een platform dat Marokkaanse toptalenten in contact brengt met de markt. Dat werd het Moroccan Dutch Leadership Institute (MDLI). We vergelijken elk kind met een vol glas, waar je het maximale moet zien uit te halen.

Dus wordt een kind loodgieter, dan moet het de beste loodgieter van Nederland worden. En wordt hij arts, dan de beste arts.’


‘We hebben corporate Nederland ingeschakeld. Vijf raden van bestuur, van Pon, Ahold, Nuon, TNT en ING, besloten ons te sponsoren voor 250.000 euro per jaar – opgeteld 1,2 miljoen.

In onze raad van advies zaten voormalig minister Sybilla Dekker, senator en commissaris Alexander Rinnooy Kan en de toenmalige Amsterdamse burgemeester Job Cohen. We ontwikkelden daarna een leiderschapscurriculum, waarmee jonge Marokkaanse Nederlanders sociale skills leren. En we organiseerden de weekendschool. Anderhalf duizend Marokkaanse leerlingen werden daar geholpen door vierhonderd succesvolle Marokkaanse ondernemers, voetballers, politici, ambtenaren. We hebben dat project in de nachturen opgezet, naast ons toch al drukke werk. De kinderen die aan onze weekendschool meededen scoorden 25 procent beter op hun Cito-toets. En ze maakten kennis met een rolmodel. Dat helpt ze om volwassen en onafhankelijk te worden. Belangrijk! Want ben je financieel onafhankelijk, dan kun je al je tijd en energie steken in het verbeteren van de maatschappij.’


‘Als wiskundige wil ik alles meten. Ook de impact van een project. Als ik weet hoeveel een investering voor de deelnemers oplevert, dan kan ik de volgende keer mijn geld slimmer besteden. En dus meer impact maken.’

___Ineens overviel me de gedachte: als ik de oplossing niet weet, dan is de kans groot dat anderen het ook niet weten___

2018

‘Nu Boldking het steeds beter doet, heb ik nog een missie: grow it back. Ik wil iets terugdoen. Voor de samenleving. In het bijzonder voor jongens die geboren worden in gezinnen waarin ze net dat stukje zelfvertrouwen missen om een stap te maken. Ik wil voor hen een beweging creëren, die initiatieven sponsort waarmee die jongens een kickstart krijgen. Net zoals ik die kreeg van meneer De Vries en meneer Blaas en al die investeerders, die in mij geloofden en mijn leven voorgoed hebben veranderd.’


‘Geld moet uit de commerciële sector komen. Ik geloof dat je daarmee maatschappelijke problemen kunt aanpakken.

Niet om er geld aan te verdienen, maar wel voor een return on investment. We moeten weten wat de precieze impact is van het geld dat je in een uitdaging steekt.’


2019

‘De maatschappelijke missie van Boldking moet ik nog uitwerken. Maar er komt een platform. En liefst stort ik een deel van onze omzet af voor mijn missie om jonge jongens een zetje te geven. Want de meisjes komen er wel. Die doen het nu al heel goed. Vrouwen presteren beter op school, maken steeds sneller carrière, verdienen meer. De positie van de man in de samenleving vind ik interessant.’

Rochdi Darrazi

38 jaar

Serieel ondernemer, studeerde econometrie en was adviseur bij McKinsey. Als oprichter en eigenaar van scheermessenmerk Boldking wil hij de hegemonie van mondiaal marktleider Gillette doorbreken.

Fotografie: Aisha Zeijpveld