___Het
tweede leven van rugnummer 18___

Na 229 interlands en 45 doelpunten legde Naomi van As haar hockeystick definitief in de kast. En toen was haar agenda leeg. Beangstigend? Integendeel. Ze voelt zich vrij. En onafhankelijk. Ze wil langere reizen maken en een tweede loopbaan opbouwen. En moeder zijn, want sinds kort heeft zij met haar partner, de langebaanschaatser Sven Kramer, een dochter: Kae Robin.

___Het
tweede leven van rugnummer 18___

Na 229 interlands en 45 doelpunten legde Naomi van As haar hockeystick definitief in de kast. En toen was haar agenda leeg. Beangstigend? Integendeel. Ze voelt zich vrij. En onafhankelijk. Ze wil langere reizen maken en een tweede loopbaan opbouwen. En moeder zijn, want sinds kort heeft zij met haar partner, de langebaanschaatser Sven Kramer, een dochter: Kae Robin.

___Ik wil ooit kunnen zeggen dat ik dat helemaal zelf heb opgebouwd.
Ik wil eigen baas zijn___

Dat Naomi van As scoorde in de finale van de Olympische Spelen in Beijing in 2008, was een verrassing. Het begon met een mislukte strafcorner, die toch bij Minke Smabers terechtkwam. Ook de daaropvolgende doelpoging mislukte: de bal ketste af op de Chinese keeper. En toen kreeg Naomi de bal recht op haar stick. Pal voor open doel. Goud voor het Olympische dameshockeyteam. Dadendrang én lichtheid – ze horen bij Naomi van As. Als kind al was ze erg beweeglijk. Haar droom was om ijscovrouw te worden. Altijd buiten, altijd zon. Op het hockeyveld was ze snel afgeleid. Haar eerste doelpunt was dan ook een eigen goal. Maar op haar 19e ging de knop om en werd ze de Van As die we kennen: ambitieus, doelgericht, assertief. ‘Ik besloot toen: ik ga er echt voor.’ Vijf jaar later kwam een soortgelijk besluit: ‘Ik kan nog een stapje harder.’ De rest is geschiedenis. Wie daar meer van wil weten, neme een blik in haar uitpuilende prijzenkast. Daarin prijken twee Olympische gouden plakken, twee gouden medailles van het WK, en driemaal Europees goud.


Nu zij de topsport vaarwel heeft gezegd, is haar tweede loopbaan begonnen. Ze heeft tijd voor nieuwe rollen. Als presentator. Als zelfstandig ondernemer. Als toeschouwer en fan van haar partner, die nog volop schaatst op topniveau. En sinds kort als moeder.

Je dochtertje, wordt zij ook een hockeyster?

‘Ik zou het leuk vinden, al weet ik niet of Sven daarmee kan leven. Haha! Hoe dan ook wil ik Kae dezelfde levenslessen meegeven die ik heb opgedaan. Geniet van het leven, maak plezier, stap uit je comfortzone. Kies niet voor de veilige optie. En wees onafhankelijk.’


Wat lag jou als middenvelder beter: aanvallen of verdedigen?

‘Ik schoot nogal te kort als verdediger – ik liep in het begin van mijn carrière niet echt mee terug. Ik heb echt moeten leren dat verdedigen er ook bij hoort. Een rasechte spits was ik evenmin. Daarvoor moet je een ware goalgetter zijn. Ik was meer een aanvoerder, gaf assists en maakte snelle acties. Maar fanatiek was ik wel. Ik wilde alle ballen hebben. Ik was heel erg aanwezig in het veld. Creatief ook, want je moet durven hockeyen als middenvelder. Alert zijn, leveren, ballen opeisen. Willen winnen.’


Winnen, dat hoort bij jou?

‘Ja, ik wilde alle trainingspartijtjes winnen. Verliezen: zó irritant! Zelfs op de training moest en zou ik winnen. Het is alleen maar erger geworden. Het is begonnen toen ik op mijn 20ste werd geselecteerd voor het Nederlands elftal. Dat werd aangewakkerd doordat de druk toenam en mensen op me gingen letten.’

___Een weekendje Parijs? Doen we gewoon!
Nu dat ineens kan,
geeft dat een enorme vrijheid___

___Een weekendje Parijs? Doen we gewoon!
Nu dat ineens kan, geeft dat een enorme vrijheid___

In mei 2017 speelde je je laatste wedstrijd, voor Laren. En ineens hield dat sportieve bestaan op.

‘Ja, heerlijk! Het vrije leven kon beginnen. Geen verrassing, overigens. Ik had me voorgenomen dat de Olympische Spelen in Rio de Janeiro mijn laatste zouden zijn. Door nog even door te gaan bij Laren kon ik mijn loopbaan rustig afbouwen. En toen was het echt voorbij. Een goede beslissing, al mis ik de gezelligheid wel. Maar daar krijg je veel voor terug.’


Zoals vrijheid?

‘Nou en of! Die vrijheid is enorm. Ineens kreeg ik de ruimte om impulsief te zijn. Een weekendje Parijs? Doen we gewoon! Dat kon eerder nooit. Want als topsporter had ik een vast ritme: maandag, dinsdag en woensdag zaten we met Oranje op Papendal. Daar train je, daar slaap je, eet je en daar word je behandeld door de fysiotherapeut. En twee keer per dag trainen, op woensdag één keer trainen. Dan donderdag en vrijdag met je eigen club, weer twee keer trainen. Op zondag competitiewedstrijden.

De helft van de tijd sliep ik in hotelkamers, altijd kreeg ik gezond te eten. Zo’n strak schema geeft rust, want je hebt geen enkele afleiding.’


Heb je geen vrije tijd gehad, in die periode?

‘De enige vrije dag was zaterdag. Maar dan moest je herstellen en was je alweer bezig met de voorbereiding op zondag. De hele dag slenteren, laat naar bed gaan, meer dan één glaasje alcohol drinken – dat kon allemaal niet. In mijn achterhoofd speelde altijd de aanstaande wedstrijd. Nu niet meer. Ik kan met vakantie. Ik mag alles eten. Of meer dan één wijntje drinken.’


En kan je je tijd zelf indelen?

‘Ja! Ik dacht: zodra ik stop, heb ik alle tijd van de wereld. Maar dat was echt niet zo – mijn agenda was supersnel bomvol. Met alleen maar leuke dingen. Ik heb aan twee tv-programma’s meegedaan, waarvoor we naar het buitenland reisden. De dagen vulden zich razendsnel.’

Hoe kun je je op zo’n omslag in je leven voorbereiden?

‘Nou, toen ik nog hockeyde was ik al begonnen met presenteren voor Z@ppsport. Ook had ik toen al sponsorcontracten. Daar hoorden fotoshoots bij, opdrachten om nieuwe velden te openen, interviews te doen en hockeyclinics te geven. Dat vrije werk wil ik blijven doen. Ik ben ook blij dat ik de vrijheid heb om zelf te kiezen. Soms vind ik het eng, of spannend. Maar dan doe ik het toch, omdat het een kans is om mezelf te ontwikkelen.’


Als je dochter ook topsporter wil worden, waar kiest ze dan precies voor?

‘Ambitie – daar kies je voor. Je maakt de keuze om de beste te worden, het hoogst haalbare te bereiken. Ik stelde mezelf doelen en ging daarnaar leven. Dat is een lange weg, want niemand is in één keer topsporter. Ik heb ook moeten groeien.

Ik moest wennen aan een ongelooflijk gestructureerd leven, kreeg met uitdagingen en teleurstellingen te maken. Dat hoort erbij. Hoe je daarmee omgaat, bepaalt je toekomst. Ga je ervoor om zelf beter te worden? Of ben je een slachtoffer? Je hebt karakter nodig. Lef ook.’


Had je, toen je begon, enig idee hoe je leven er vijftien jaar later zou uitzien?

‘Ik wist als hockeyster wat ik drie maanden later zou doen, maar verder? Nee. Nu ik een dochter heb, plan ik wel meer vooruit. Ik weet dat ik het over tien jaar voor elkaar moet hebben, want ik heb nu de verantwoordelijkheid voor iemand anders. Over mijn financiële toekomst heb ik wel altijd nagedacht. Van wat er binnenkomt, zet ik een deel opzij. Ik heb een gezonde buffer, want ik wil onafhankelijk zijn. Niet leunen op andermans geld.’

Waar komt dat verlangen naar zelfstandigheid vandaan?

‘Van mijn ouders. Mijn vader is eigen baas. Hij is tandarts, een stoer beroep, echt vakmanschap. En hij is ondernemer, met een eigen praktijk. Aan mijn vader heb ik gezien wat het is om te doen wat je leuk vindt, om onafhankelijk te zijn. En mijn moeder – die veel meer georganiseerd is – raadde me aan geld opzij te zetten. Investeer het, want als de bank omvalt, is het allemaal weg. Ik wil ook zo’n moeder voor mijn dochter zijn. We sparen al voor onze kleine Kae.’

Waarin zou je willen investeren?

‘Daar heb ik geen verstand van. Ik heb de neiging dat soort beslissingen uit te stellen. Ik laat me liever goed adviseren, want ik ben een perfectionist. Als ik ga investeren, dan wil ik de zekerheid dat het een investering is die zijn waarde behoudt. Stenen, dat zei mijn moeder altijd. Mijn ouders hebben ook zelf geïnvesteerd in vastgoed.’

Nu je de tijd hebt, wat zou je nog willen doen?

‘Reizen maken. Cross-country door Noord-Amerika, langs de westkust van de Verenigde Staten. Liefst met Sven, maar hij schaatst nog. Hij heeft nog wel te maken met dat gestructureerde leef- en trainingsschema. Behalve reizen ben ik van plan om een onderneming op te zetten. Iets opbouwen. Zodat ik later trots kan zeggen: dat heb ik helemaal zelf gedaan.’


Hoe ziet je leven er over nog eens vijftien jaar uit?

‘Geen flauw idee. Ik weet alleen dat ik mezelf wil ontwikkelen. Ook presenteren ligt me wel, zoals voor Z@ppsport. Interviewen vind ik ook leuk. Samen met teamgenoot Ellen Hoog heb ik het programma 24 uur mandekking gedaan. Kiezen voor het onbekende.”


Hoe was het voor jou om voor het eerst te presenteren?

‘Ontzettend spannend! Ik was te laat op locatie voor de eerste opnames van Z@ppsport.

Ik moest meteen beginnen. Ik vroeg: maar hoe dan? “In de camera kijken, tegen de kinderen thuis praten”, zeiden ze. Ik werd echt voor de leeuwen geworpen. Ik herkende het gevoel van mijn eerste jaren bij Oranje. Dat er naar mij werd gekeken.’


Waarin zal jouw tweede loopbaan lijken op je eerste?

‘Ik doe geen dingen op de automatische piloot. En ik weet wel wat ik niet wil: trainer of coach worden. Ik denk niet dat ik zo’n leuke trainer zou zijn. Véél te fanatiek! En een heel jaar lang, weer elke dinsdag en donderdag op het veld staan? Die tijd is voorbij. Ik ben altijd superperfectionistisch geweest. Ik zit er bovenop, ook als tv-maker. Op het veld heb ik geleerd om mijzelf te zijn. Voor tv heb ik tot nu toe ook altijd mezelf kunnen zijn en dat is superfijn, want dan ben ik op mijn best. Een mooie tv-serie maken is wel wat anders dan een gouden medaille winnen, maar het is allebei geweldig leuk.’

Naomi
van As

35 jaar

Voormalig hockey-international. In haar carrière scoorde zij in 229 interlands 45 maal voor Oranje. In 2009 en in 2016 werd zij uitgeroepen tot beste speler van de wereld. Naomi heeft een relatie met schaatser Sven Kramer. Samen hebben zij een dochter, Kae Robin.

Fotografie: Ernst Coppejans, Visagie: Kimberly Lau, Styling: Salimah Gablan

Kleding; Kjaer København, Hanro, Summum Woman, American Vintage, Zoë Karssen, Studio AR en mbyM. Met dank aan: The Lobby Fizeaustraat